Atlantische kliffen, visserpaden en een kust zonder einde.
Portugal wandelt langs de rand van Europa. De Atlantische kust is de lange ader van het land: kliffen, duinen en wijde zandstranden die zich van de Spaanse grens tot aan de Algarve bijna aaneengesloten laten volgen. Landinwaarts wordt het heuvelachtig en rustig: de akkers en kurkeiken van de Alentejo, de leisteenbergen van het noorden, en in het uiterste noordoosten de Serra da Estrela, waar het land op bijna tweeduizend meter sneeuw krijgt. Het klimaat bepaalt het ritme: in de zomer is de hitte in het binnenland zwaar, maar aan de kust waait altijd een zeewind. De Fishermen's Trail volgt de Vicentina-kust door het Parque Natural do Sudoeste Alentejano e Costa Vicentina, over de smalle paden die vissers eeuwenlang gebruikten om bij hun vanggronden te komen. Het is een smal voetpad met wit-blauwe markering, grotendeels over zand en langs klifranden, en daardoor zwaarder dan de afstand doet vermoeden. Buiten de zomer, van september tot juni, is de kust op zijn mooist en rustigst.