Hoogveen, Ardennen en een route die drie landen raakt.
België is veel omwegen waard. In het uiterste oosten ligt de Hoge Venen, een hoogveenplateau met een eigen klimaat: koud, nat en winderig, met heide, veenplassen en de laatste auerhoen van het land. Daarvandaan dalen de beken af naar de Ardennen, het bosrijke hart van het zuiden: glooiende plateaus die door rivieren als de Ourthe, de Semois en de Amblève in diepe dalen zijn gesneden, met kastelen op rotsen en dorpen van leisteen eronder. Verder naar het noorden wordt het land zandiger en stiller: de Kempen met hun heidevelden, dennenbossen en vennen. Wie door dat landschap loopt, loopt bijna vanzelf over oude paden: karrensporen, processiewegen en spoorwegtracés die de wandelaars van nu met de handelaars van toen delen. De Venntrilogie doorkruist in 109 kilometer en zes etappes de Oostkantons, het Duitstalige oosten van het land. Ze begint bij het Drielandenpunt waar België, Nederland en Duitsland elkaar raken en loopt over het plateau van de Hoge Venen, met het dak van het land op de Botrange, en daalt via de waterval van Bayehon af naar de valleien van de Warche, het meest Ardense deel, richting burcht Reinhardstein en de meren van Robertville en Bütgenbach. Onderweg wisselen drie talen elkaar af, net als het landschap.