Bergen, kloven en steendorpen: Griekenland wandelt
Griekenland is wandelland zonder dat het erom roept. Het vasteland biedt wat de eilanden niet hebben: bergruggen boven de tweeënzeeduizend meter, diepe kloven en dorpen van steen die al eeuwen op dezelfde helling staan. De Pindos vormt de rug van het land, met bergdorpen zoals in Zagori, waar stenen boogbruggen de winters over de rivieren hielpen. In de Peloponnesos loopt de Menalon Trail door de bergen van Arcadië, langs de Lousioskloof, dennenbossen en steendorpen. Ook de eilanden hebben buiten het zomerseizoen goede paden, met voorjaarsbloei en wandelweer tot ver in oktober. Griekenland wandelt het best in voor- en najaar, wanneer de zomerhitte uit de bergen is.