
Kalksteen, gletsjers en hutten boven de boomgrens
Oostenrijk is Alpenland: bijna twee derde van het land ligt hoog. In het noorden liggen kalksteenwanden en de wilde rivieren van de Gesäuse, in het midden de gletsjers van de Ötztaler en Stubaier Alpen, in het zuiden de Karnische kam met zijn alpenweiden.
Tussen de bergen liggen dalen met lariksweiden en hooibergen, en de hutten van de Alpenvereniging maken meerdaagse tochten mogelijk zonder tent.
Het seizoen loopt van juni tot oktober. Boven de 2.500 meter blijft sneeuw liggen tot ver in juni.

Drie dagen Lechweg van Lech am Arlberg naar Elbigenalp: wilde rivier, kloof en beschilderde huizen.

Van hut naar hut door Oostenrijks wildste nationale park: zeven dagen om de kalktorens van de Ennstaler Alpen, van Admont langs het Bergsteigerdorf Johnsbach en terug over de Haller Mauern.

Zware huttentocht van acht dagen door de Zillertaler Alpen, over zeven bergkammen en de 3.134 meter hoge Schönbichler Horn, dwars door het vergletsjerde hart van het gebergte.

Zes dagen door het wilde hart van het Nationaal Park Hohe Tauern, van de Iselsberg tot het Glocknerhaus onder de Grossglockner. Turkooizen meren, bergpassen en hutten op 2.500 meter.

Negen etappes over de Stubaier Höhenweg: 85 kilometer langs acht hutten, tussen 2.000 en 2.900 meter, met gletsjers om je heen.

Vier dagen door het Karwendel, het grootste natuurreservaat van de Noordelijke Kalkalpen: van Scharnitz over drie hutten naar de Achensee.