
De klassieke huttentocht dwars door de Dolomieten
Sommige routes loop je voor de grond onder je voeten. De Alta Via 1 loop je voor de lijn: twaalf dagen van de spiegel van het meer van Braies naar de vlakte van Veneto, vrijwel altijd hoog, en elke avond een rifugio met goed eten, een stapelbed en een terras waar de hele Dolomietenlijn traag om je heen blijft draaien.
De route werd in 1969 ontworpen door Piero Rossi, een van de grondleggers van het nationale park Dolomiti Bellunesi, en hij doet nog precies wat Rossi bedoelde: de beroemde wanden van de Dolomieten aan elkaar rijgen tot een doorlopende hooglijn. Je steekt de karsthoogvlakte van het Fanes-plateau over, het land van de Ladinische Fanes-sage, en klimt naar de Forcella del Lago, waar de Eerste Wereldoorlog letterlijk onder je voeten ligt: het Oostenrijkse en het Italiaanse front hakten galerijen en tunnels in de Lagazuoi zelf, en de hoogste hut van de route staat hier bovenop. Daarna de Cinque Torri, de mesolithische jachtweiden van de Mondeval onder de piramide van Pelmo, de groene troonvallei onder de Civetta-muur, en aan het einde het nationale park Dolomiti Bellunesi, waar de trail over het lege hoogland van de Moschesin, langs de gletsjercirkels van de Van de Zità en het minuscule Bivacco del Marmol onder de wanden van de Monte Schiara loopt, de berg die de Bellunezen zelf onneembaar noemen.
Twaalf officiële etappes van 6 tot 15 kilometer, zo'n 125 kilometer en 7.300 meter stijgen in totaal. De standaardroute vraagt geen via-ferrata-materiaal, maar gemakkelijk wordt hij nooit: het terrein blijft altijd alpien, soms steil en bloot, en de markering is een witte 1 in een blauwe driehoek die de hele lengte meeloopt. September is statistisch de droogste en rustigste maand, half juni tot eind september is het volledige seizoen, en de hutten zitten maanden vooraf vol.
Praktisch. Er is geen centraal reserveringssysteem: elke rifugio reserveer je apart, per telefoon, e-mail of via de website, en voor de drukke hutten rond de Lagazuoi en de Nuvolau wil je 6 tot 9 maanden vooraf reserveren. Een CAI-lidmaatschap verdient zich op een route van deze lengte terug. De start bij het meer van Braies bereik je per bus vanaf Dobbiaco, de shuttledienst (lijn 442) vanuit Villabassa lost de ochtendspits bij het meer op, en in Belluno wacht de trein richting Venetië.
Een meerdaagse hike plannen kost vaak meer tijd dan verwacht. Welke route past bij je niveau? Waar overnacht je? Zijn de accommodaties beschikbaar? Wij hebben het voorwerk al gedaan. Met zorgvuldig samengestelde routes, accommodaties en hoogtepunten plan je eenvoudig je volgende avontuur.

Lago di Braies - Rifugio Biella
De etappe die de toon zet: vanaf de oever van het meer van Braies klim je in ruim twee uur boven de boomgrens, langs steile stenen trappen en kalkwanden, tot je bij Rifugio Biella op een rotsrichel op 2.327 meter uitkomt. Het beroemdste meer van de Dolomieten laat je achter terwijl de dagtoeristen nog wachten op hun bootje. Boven openbaart zich het amfitheater van de Croda del Becco, en vanaf de hut kijk je neer op bijna de hele route die nog voor je ligt.

Rifugio Biella - Rifugio Fanes
De rustige dag, en de karstdag. Over het eindeloze kalkhoogland van het natuurpark Fanes-Senes-Braies wandel je tussen dolines en ponors, gaten waar beken spoorloos in de ondergrond verdwijnen, in het land van de Ladinische Fanes-sage. Op de kaart ziet deze dag er licht uit, maar het plateau houdt de hoogte vast en dat voel je. De dag eindigt bij Rifugio Fanes, de hut waar paden vanuit alle richtingen samenkomen.

Rifugio Fanes - Rifugio Lagazuoi
De dag van het hoogste punt. Over rotsplaten en langs sneeuwvelden die tot ver in juli kunnen blijven liggen, klim je naar de Forcella del Lago, de stevigste klim van de hele route. Rifugio Lagazuoi wacht boven op 2.752 meter, met een terras waar je bij helder weer de hele Dolomietenlijn onder je ziet: Marmolada, Tofana, de Sella. Letterlijk onder je voeten liggen de tunnels waarin het Oostenrijkse en het Italiaanse front deze berg in de Eerste Wereldoorlog bevochten.

Rifugio Lagazuoi - Rifugio Nuvolau
De marmeren piekdag, met de twee beroemdste hutten van de route. Eerst omlaag naar de Passo Falzarego, dan over de flank van de Tofana en langs de Cinque Torri, vijf kalktorens die als een klein fort boven het hoogland staan, naar Rifugio Nuvolau. Deze hut stamt uit 1883 en is een van de oudste van de Dolomieten, een kroon op een eigen topje met uitzicht in alle richtingen. Als de dagtoeristen met de lift zijn vertrokken, is het uitzicht van jou alleen.

Rifugio Nuvolau - Rifugio Città di Fiume
Van de kroon van de Nuvolau daal je af naar de Passo Giau, met de Ra Gusela-rotsen nog een keer in het zicht. Daarna wordt het stil: over de weiden van Mondeval, waar jagers zevenduizend jaar geleden al leefden, loopt de route naar de enorme piramide van Pelmo. De dag eindigt bij Rifugio Città di Fiume aan de voet van die berg, een hut die je hoort aankomen: koebellen op de weide en een gastheer die op de hele route bekend staat om zijn gastvrijheid.

Rifugio Città di Fiume - Palafavera
De Pelmo-dag, wat voelt als een erehaag voor de berg die de Bellunezen de troon van God noemen. Langs de steile flanken van de Pelmetto, met het dal van de Falzarego diep links onder je, klimt de route over de Forcella Ambrizola naar de groene weiden onder de Croda da Lago. Daarna verandert het landschap: het bos komt terug, en Palafavera ligt onverwacht dorps in een kom aan de voet van de Civetta, de muur der muren waar de route de komende dagen onderdoor loopt.

Palafavera - Rifugio Vazzoler
De Civetta-dag, met de grootste klim van de eerste helft. Over de larikshellingen boven Palafavera en langs het smaragdgroene meertje bij Rifugio Coldai, dat in de schaduw van de Civetta-muur ligt, loopt de route door naar het bos van de Val Corpassa. Rifugio Vazzoler, een klassieke CAI-hut, ligt diep tussen de bomen, en na dagen van hoogte is het geluid van een beek in plaats van wind het achtergrondgeluid.

Rifugio Vazzoler - Rifugio Carestiato
De adempauze. Door het zachte bos van de Val Corpassa en langs oude militaire wegen uit de oorlogsjaren wandelt de route naar Rifugio Carestiato, onder de Moiazza-groep, een van de rustigste hoeken van de Alta Via. In het naburige Passo Duran is het dorpsleven terug: koffie op een terras, dagtoeristen met klimsetjes in hun rugzak en de blije gezichten van mensen die net de ferrata onder de Moiazza hebben gelopen.

Rifugio Carestiato - Rifugio Sommariva al Pramperet
De overgang naar het nationale park Dolomiti Bellunesi, de wilde helft die de laatste etappes zo stil maakt. Over rustig hoogland stijg je naar de Moschesin-pas, waar de ruïne van een Oostenrijks fort uit de Eerste Wereldoorlog de parkgrens bewaakt, en dan door rotsig bos naar Rifugio Sommariva al Pramperet op 1.857 meter. Vanaf hier is de massa een week geschiedenis: je deelt de route alleen nog met steenbokken en het weer.

Rifugio Sommariva al Pramperet - Rifugio Pian de Fontana
De Van de Zità-dag, technisch de pittigste van de hele route. Langs de grote gletsjerdalen van de Van de Zità klim je over de Portela del Piazedel naar de zuidschouder op 2.395 meter, het hoogste punt dat je in het park over wandelpaden kunt bereiken. De beklimming vraagt om een rustige tred, want de paden zijn hier smal. Rifugio Pian de Fontana, klein en eenvoudig, ligt aan het einde van de dag in een stilte die je in de eerste week van de route niet eens kunt voorstellen: alleen steen, wind en het zachte geluid van de beek die het dal uit stroomt.

Rifugio Pian de Fontana - Bivacco del Marmol
De kortste etappe en misschien wel de taaiste. Over rotsrichels en langs een soms bevroren geul klauter je naar de Forcella Marmol op 2.262 meter, en dan sta je bij de allerkleinste overnachtingsplek van de route: de bivak van Marmol hangt als een adelaarsnest onder de wanden van de Monte Schiara op 2.266 meter. Dit is de dag waarvoor je helder weer en stalen zenuwen nodig hebt, want hier bestaat geen gemakkelijke weg terug, en dat maakt de bivak zo'n beloning: wie hier slaapt, heeft dit verdiend.

Bivacco del Marmol - Belluno
De finale is een afdaling die je niet vergeet: via de gezekerde route van de ferrata Piero Rossi, aangelegd om de onneembare muur van de Schiara heen, verliest de trail bijna 1.500 meter in één ochtend tot Rifugio Settimo Alpini, en daarna wandel je door het dal van de Ardo verder naar Belluno. De kalkwanden van de Schiara torenen boven je uit als een vestingmuur, en onderaan voelt een asfaltweg absurd gewoon. In Belluno wacht na elf dagen de eerste stad: een espresso op het terras, een trein, en de vlakte van Veneto.
Hieronder vind je de antwoorden op enkele veelgestelde vragen.
Begin vandaag met het plannen van je avontuur!
Open deze trip in de gratis Vandra app en kopieer hem naar je eigen account, zodat je hem kunt aanpassen en vrij plannen, precies zoals jij dat wilt.
Ontdek andere samengestelde meerdaagse routes in de buurt, geselecteerd door onze community.

Zeven hoogalpine etappes rond de hoogste berg van Zuid-Tirol, van de Stilfserjoch via het gletscherland van de Cevedale-groep naar de meren van Cancano.

De klassieker rond de Mont Blanc: 164 kilometer, drie landen, elf etappes van 10 tot 21 kilometer en elke dag een balkon aan de voet van de hoogste berg van de Alpen.

Acht dagen over weg 24 rond de Texelgruppe: palmen en cipressen op de zuidflank, een pas van 2.895 meter aan de noordzijde. Huttentocht met uitzicht op Meran en het Etschtal.